MENU
IMG_7457 Heelderpeel winter ijs schaatsen zwart-wit
"Zelfs als de zomer nooit komt,
dan nog ben ik gelukkig."

Een affaire met Koning Winter

In een winters bos is het goed vertoeven, vindt u ook niet? Nu, in februari, ligt het nationaal park er prachtig bij. Sommige mensen zullen het kil en kaal vinden; ik vind het prachtig! Alles wat je ziet heeft maar twee kleuren: lichtgrijs en donkergrijs. Ik zie een mistige sluier tussen de bomen. Zal er sneeuw aankomen?

 

Ik herinner mij de sneeuw van een paar weken terug: het hele vakantiepark was bedekt onder een witte deken. Wit zoals de frisse lakens waar ik onder slaap, maar minder warm – daarvan ben ik zeker!

 

Maar nu lig ik niet in mijn warme bedje in mijn Narvik Villa, nee: nu ploeter ik met kleine stapjes door Nationaal Park Hoge Kempen. Waarom ik kleine stapjes zet? Dat komt door mijn gezelschap: een kortbenige knaap van drie jaren jong. Hij is mijn neefje en heet Merijn. Nog steeds vindt hij dat ik te snel ga. ´Niet zo snel, oma Vincent,´ zegt hij. Zo lief, hij weet het verschil niet tussen oom en oma!

 

Ik minder vaart, tot ik het gevoel heb dat ik bijna stil sta. Dit nieuwe tempo wordt gewaardeerd: ´Zo is het goed,´ zegt Merijn en hij laat een vrolijke lach horen. De klanken weerkaatsen tussen de kale bomen. ´Oe!´ roept Merijn, verbaasd om op deze manier zijn stem terug te horen. Kirrend begint hij een reeds willekeurige klanken uit te stoten, die tot zijn genoegen allemaal als echo terugkomen. Een winters bos biedt uren vermaak aan een kind!

 

Eerlijk gezegd vermaak ook ik mij goed, ondanks de lage temperaturen, ondanks het gebrek aan groen. Ik heb namelijk een affaire met Koning Winter. Dat klinkt wellicht erg stout, maar het valt reuze mee. Het houdt slechts in dat ik mij verheug op ons koudste jaargetijde. Wanneer de bladeren gevallen zijn, de vogels al lang in het warme zuiden zijn, en mijn landgenoten ofwel de vogels hebben gevolgd, ofwel thuis zitten met de verwarming op dertig graden, dan trek ik mijn wandelschoenen aan voor een tocht door het bos.

 

Vorige week sprak ik aan de receptie van Narvik HomeParc Mooi Zutendaal drie gasten, een koppel van 60+ en hun kleinzoon van vier. Het jongetje wilde graag de natuur in, opa en oma vonden het te koud. Ik nam het op voor de kleinzoon. ´Doe een extra trui aan en ga het nationaal park in,´ zei ik tegen de grootouders, ´jullie zullen er geen spijt van hebben.´ Na nog even twijfelen stemden ze in: ze gingen op pad. Uren later kwamen ze terug. ´Hoe was het?´ vroeg ik. De grootvader keek mij aan met een bijzondere glans in zijn ogen en zei: ´We hebben herten gezien!´ ´Wel drie!´ riep de kleinzoon. Als gelukkige mensen keerde het drietal daarna terug naar hun vakantiehuis!

 

Ik vermoed dat ook in Merijn een kiem is geplaatst voor een toekomstige affaire met Koning Winter. Ik zie hoe hij geniet van de kou op zijn gezicht, hoe hij zijn ogen rijk kijkt aan de prachtige tweekleurigheid van het bos, hoe hij lijkt te denken: zelfs als de zomer nooit komt, dan nog ben ik gelukkig.

 

Ach, ik weet natuurlijk niet of Merijn dat echt denkt. Ik weet niet eens of ik het zelf met mijn gedachten eens ben, want ik weet hoe blij ik altijd ben wanneer de eerste krokussen hun kop opsteken.

 

Hoe het ook zit, voor nu ben ik tevreden, en mijn lieve neefje is dat ook. En met die  geruststellende gedachte keer ik langzaam terug naar het vakantiepark, hand in hand met Merijn en mijn vriend Koning Winter.

 

 

Geschreven door Vincent Alblas. Hij werkt sinds 2010 bij Narvik HomeParcs, hetgeen hij combineert met zijn leven als wereldreiziger. Hij schrijft reisverhalen en fictie onder zijn pennaam Vincent Coburn.